mogelijkheidszin

 

Net als in 1995, open ik met een citaat uit 'De man zonder eigenschappen' van Robert Musil. Ik weet niet of ik het helemaal snap. Maar het raakt me nog altijd.

'Als je goed door open deuren wilt komen, moet je rekening houden met het feit dat ze vaste posten hebben: dit principe, waarnaar de oude professor altijd had geleefd, is eenvoudig een eis van de werkelijkheidszin. Maar als werkelijkheidszin bestaat, en niemand zal eraan twijfelen dat deze bestaansrecht heeft, dan moet er ook iets bestaan dat je mogelijkheidszin kunt noemen.  

Wie dit bezit zegt bijvoorbeeld niet: hier is dit of dat gebeurd, zal gebeuren, moet gebeuren; maar hij bedenkt: hier zou, moest, of had iets kunnen gebeuren, en als je hem dan van het een of ander uitlegt dat het is zoals het is, dan denkt hij: ach, het zou waarschijnlijk ook anders kunnen zijn. Aldus zou de mogelijkheidszin welhaast te definiëren zijn als het vermogen om alles te denken wat evengoed zou kunnen zijn, en om aan wat is geen grotere betekenis te hechten dan aan wat niet is. Men ziet dat de gevolgen van een dergelijke creatieve aanleg opmerkelijk kunnen zijn, en betreurenswaardig genoeg laten ze niet zelden als verkeerd voorkomen wat de mensen bewonderen en wat ze verbieden als toegestaan, of ook wel beide als niet ter zake doend. Zulke mogelijkheidsmensen leven, zegt men, in een fijner spinsel, in een spinsel van neven verbeelding, dromerijen en conjunctieven; bij kinderen die deze neiging vertonen bant men deze met alle macht uit en tegen hen zegt men dat zulke mensen fantasten, dromers, zwakkelingen en betweters of muggezifters zijn.

Als men hen wil prijzen noemt men deze dwazen ook wel idealisten, maar daarmee omvat men kennelijk alleen hun zwakke variëteit, die de werkelijkheid niet kan begrijpen of haar kleinzerig uit de weg gaat, bij wie dus het ontbreken van werkelijkheidszin werkelijk een begrip betekent. Het mogelijke omvat evenwel niet alleen de dromen van zenuwzwakke personen maar ook de nog niet gewekte intenties van God. Een mogelijke ervaring of een mogelijke waarheid is niet gelijk aan een werkelijke ervaring of een werkelijke waarheid minus de waarde van hun werkelijk-zijn, doch ze hebben, tenminste in de ogen van hun aanhangers, iets zeer goddelijks in zich, een vuur, een opwaartse vlucht, een wil om te bouwen en een bewust utopisme dat de werkelijkheid niet schuwt maar juist als een opdracht en een ontwerp behandelt. Tenslotte is de wereld helemaal niet oud en had blijkbaar nog nooit in zulke gezende omstandigheden verkeerd. Als men nu op een makkelijke manier de mensen met werkelijkheidszin en die met mogelijkheidszin van elkaar wil onderscheiden, dan hoeft men alleen maar aan een bepaalde som gelds te denken. Alles wat bijvoorbeeld een bedrag van duizend mark aan mogelijkheden bevat, bevat het zonder twijfel, of men het bezit of niet; het feit dat mijnheer Ik of mijnheer Jij het bezit voegt daar evenmin iets aan toe als aan een roos of een vrouw. Maar een dwaas stopt het in een kous, zeggen de werkelijkheidsmensen, en een verstandig iemand doet er iets mee; zelfs aan de schoonheid van een vrouw wordt ontegenzeglijk iets toegevoegd of afgedaan door degene die haar bezit. Het is de werkelijkheid die de mogelijkheden wekt, en niets zou zo verkeerd zijn als dat te ontkennen. Toch zullen het in de totaliteit of gemiddeld altijd dezelfde mogelijkheden blijven, die zich net zo lang herhalen tot er een mens komt voor wie iets werkelijks niets meer betekent dan iets gedachts. Hij is het die de nieuwe mogelijkheden pas hun zin en hun bestemming geeft, en hij wekt ze.

Zo’n man is echter beslist niet een eenduidige aangelegenheid. Omdat zijn ideeën, voor zover het geen loze hersenspinsels zijn, niets dan nog niet geboren werkelijkheden zijn, heeft natuurlijk ook hij werkelijkheidszin, maar het is een zin voor de mogelijke werkelijkheid, en die bereikt zijn doel veel langzamer dan de zin voor hun werkelijke mogelijkheden die de meeste mensen eigen is. Hij wil als het ware het bos, en de ander wil de bomen; en bos, dat is iets dat moeilijk onder woorden te brengen is, terwijl bomen daarentegen zo- en zoveel kubieke meter hout van een bepaalde kwaliteit vertegenwoordigen. Of misschien kan men het beter anders stellen en zeggen dat de man met gewone werkelijkheidszin op een vis lijkt die naar de haak hapt en de lijn niet ziet, terwijl de man met die werkelijkheidszin die je ook mogelijkheidszin kunt noemen, een lijn door het water trekt en er geen notie van heeft of er aas aan zit. Een buitengewone onverschilligheid jegens het naar het aas happende leven staat bij hem tegenover het gevaar dat hij volstrekt zonderlinge dingen doet. Een onpraktisch man - en dat lijkt hij niet alleen maar dat is hij ook - blijft onbetrouwbaar en onberekenbaar en de omgang met mensen. Hij zal handelingen verrichten die voor hem iets anders betekenen dan voor anderen, maar hij stelt zichzelf steeds gerust over alles zolang het maar in een buitengewoon idee valt samen te vatten. En bovendien staat hij tegenwoordig heel ver af van een consequente houding. Het zou bijvoorbeeld heel goed kunnen dat een misdaad waarvan iemand de dupe is, hem alleen maar als een maatschappelijk feilen voorkomt, waar niet de misdadiger de schuld van draagt maar de inrichting van de samenleving. Daarentegen is het nog maar de vraag of hij een oorvijg die hij zelf ontvang zal opvatten als een belediging van de kant van de maatschappij of als iets dat tenminste even onpersoonlijk is als de beet van een hond; waarschijnlijk zal hij in dat geval eerst de oorvijg vergelden en vervolgens vinden dat hij dat niet had moeten doen. En vooral als men een geliefde van hem afpakt zal hij de werkelijkheid van dit incident voorlopig nog niet helemaal kunnen negeren en zich met een verrassend, nieuw gevoel schadeloos kunnen stellen. Deze ontwikkeling is momenteel nog aan de gang en betekent voor een mens zowel een zwakte als een kracht.

En omdat het bezit van eigenschappen een zeker plezier in hun werkelijkheid vooronderstelt, vergunt dat ons een blik op hoe het iemand die ook tegenover zichzelf geen werkelijkheidszin kan opbrengen, onverwachts kan overkomen dat hij zichzelf op een goede dag als een man zonder eigenschappen ziet.'

Robert Musil, Der Mann ohne Eigenschaften
 
Vertaald uit het Duits door Ingeborg Lesener  
Uitgave verzorgd door Meulenhoff Amsterdam