In de auto terug na het ochtendzwemmen. De voorsorteerbaan naar links is afgesloten. De weg naar links - de weg naast ons huis, mijn uitzicht - bestaat niet meer zoals ik hem ken.
In mijn hoofd verbeeld ik me hoe het was. In mijn hoofd bestaat het nog. Ik zie het voor me. Nog voor het rode licht kijk ik naar de zandbak bouwtoestand die er nu ligt. Het is een gek gevoel van niet kloppendheid. Het verschil tussen een beeld in mijn hoofd en wat er nu is. Net als wanneer iemand dood is gegaan. Dat is vergankelijkheid. De onhoudbaarheid van alle concepten in je hoofd.